Info ter voorbereiding van 4-daagse

oude kleding voor papier

In dit bericht staat een aantal suggesties om de keuze van het kledingstuk dat u gebruikt voor uw ambachtelijk boek gemakkelijker te maken. Door deze richtlijnen te volgen kan de beste pulp uit de stof worden verkregen om het papier van te maken.

1. Het kledingstuk wordt niet meer gedragen, omdat het te groot is, te klein of te veel versleten. Het kledingstuk is gewassen en bij voorkeur extra nagespoeld, zodat de zeepresten zoveel mogelijk uit de stof zijn verdwenen. Hoe meer versleten, hoe beter!

2. Het kledingstuk is gemaakt van (een mengsel van) katoen, linnen, viscose, bamboe, hennep of brandnetel. Dit zijn allemaal natuurlijke plantaardige vezels. Wol en zijde zijn ongeschikt, omdat dit dierlijke vezels zijn. Ook kledingstukken van synthetische vezels (polyesther, acryl, polyacryl etc.) zijn niet geschikt (tot max. 20% mogen synthetische vezels vermengd zijn met bv katoen). Dus wanneer op het etiket staat: 80% katoen, 20% polyamide dan kan dat nog.

3. Hoeveelheid stof: voor het verpulpen van de stof hebben we minimaal 500 gram droge stof nodig. De kaft van het boek wordt ook uit een deel van het kledingstuk gemaakt. Een broek, rok of blouse zijn meestal groot (zwaar) genoeg. Uw boek hoeft niet persé van één kledingstuk te zijn. Het papier wordt gemaakt van een plantaardige vezel, maar de kaft mag van alles zijn: zijde, vilt of kunststof.

4. In de eerste les gaan we meteen papier maken van het kledingstuk. Het is noodzakelijk dat er dan al pulp van is gemaakt. Het verhelpen van de textiel doen we ca. 1 week voordat de cursus start. Daarom is het belangrijk dat u op tijd het materiaal aanlevert, geknipt in stukjes van ca. 2×2 cm. Ritsen, knopen, versierselen en dikke naden moeten daar tussenuit gehaald zijn. Een deel van het kledingstuk houdt u achter om de kaft mee te bekleden (ca. 2x een stuk op A4-formaat).

We kijken ernaar uit om u te verwelkomen op de 1e les.